• Erkenning opleiding tot supervisor


    Erkenning van opleidingsonderdelen supervisieopleidingen


    Er bestaan twee erkende categorieën opleidingsonderdelen:

    - de methodisch-didactische scholing in het kader van de opleidingsroute voor supervisoren; deze omvat supervisiekunde, practica, organisatie en beleid op het gebied van supervisie.

    - de methodisch-didactische scholing in het kader van de opleidingsroute voor leersupervisoren; deze omvat theorie, vaardigheidstraining en practica gericht op de leersupervisiepraktijk.


    1.     Methodisch-didactische scholing voor supervisoren

    LVSC is níet verantwoordelijk voor de opleiding van supervisoren, maar wél voor het toetsen van opleidingsroutes. Erkenning betreft alleen de methodisch-didactische scholing en niet de samenhang met andere opleidingsonderdelen. Erkenning van de methodisch-didactische scholing geschiedt door deze te toetsen aan de registratie-eisen, zoals in dit reglement zijn vastgelegd. Erkenning betekent dat de methodisch-didactische scholing qua organisatie, inhoud, opzet en werkwijze geschikt is voor de vereiste opleiding van de supervisor, ten behoeve van LVSC-registratie.
    Het instituut dat een dergelijke scholing geeft kan ook de andere opleidingsonderdelen - leersupervisie en het begeleiden en beoordelen van werkstukken - aanbieden, al dan niet als totale opleiding tot supervisor. Voorwaarde voor erkenning is dat alle onderdelen van de opleiding tot supervisor voldoen aan de criteria, die LVSC daarvoor stelt (zie ook het tweede deel van deze brochure, artikel 1.1.2.).

    1.1 Voorwaarden voor de methodisch-didactische scholing

    Een instituut dat als rechtspersoon is erkend en gevestigd moet het opleidingsonderdeel organiseren. Voor het geven van de methodisch-didactische scholing gelden de volgende eisen:
    1.1.1    De docent is een LVSC-geregistreerd docent supervisiekunde of een docent supervisiekunde-in-opleiding die onder begeleiding van een geregistreerd docent supervisiekunde werkt (zie deel IV, 1).
    1.1.2    De scholing is gericht op het opleiden van supervisoren, overeenkomstig de normen en richtlijnen van LVSC.
    1.1.3    De eisen voor toelating voor de scholing komen overeen met de vooropleidings- en ervaringsroute, zoals beschreven in deel II.
    1.1.4    De deelnemersgroep aan de scholing telt minimaal 10 en maximaal 18 mensen. Als de groep een ander aantal deelnemers telt, moet duidelijk zijn hoe het individuele leerproces van de deelnemers voldoende is gewaarborgd; hierbij gaat het om het verwerken van theorie en van vaardigheden, en om de koppeling van theorie en supervisiepraktijk.
    1.1.5 De methodisch-didactische scholing moet minimaal 130 contactu¬ren (tussen docent en deelnemers) tellen. De opzet van het leerplan moet aangeven in welke fase van de scholing het betreffende onderdeel een plaats krijgt.

    1.2 Inhoud van de methodisch-didactische scholing

    De methodisch-didactische scholing bestaat uit theorie (supervisiekunde, organisatie en beleid op het gebied van supervisie) en practica (die theorie met de eigen supervisiepraktijk verbinden). De verhouding theorie - practicum is één op één. De behandelde onderwerpen hebben betrekking op ten minste de volgende themagebieden (zie het profiel van de supervisor in deel II):

    1.2.1    professionaliseringsvragen rond beroepen en functies, inclusief supervisie;
    1.2.2    inzicht in de verhouding tussen beroepsuitoefening van de supervisant en supervisie, het hanteren van de beroepscomponent in supervisie;
    1.2.3    methodisch handelen en de methodiek van het geven van supervisie;
    1.2.4    het scheppen van condities voor supervisorisch leren en meta-leren;
    1.2.5    begeleiding van het leren van de supervisant, het hanteren van het materiaal dat deze inbrengt;
    1.2.6    interventierepertoire en -technieken;
    1.2.7    hanteren van het methodisch eigene in verschillende vormen van supervisie;
    1.2.8    het organiseren van supervisie en het functioneren als supervisor in een organisatie;
    1.2.9    het ontwikkelen van supervisiebeleid en het verantwoorden daarvan;
    1.2.10    het reflecteren over zichzelf als supervisor en het in staat zijn om daaruit lering te trekken;
    1.2.11    evaluatie- en beoordelingsvaardigheden;
    1.2.12    ethische uitgangspunten en beroepsethiek.

    1.3    Afronding van de methodisch-didactische scholing

    1.3.1    Er geldt een presentieregeling. Aan het begin van de opleiding krijgen de sio’s expliciet uitleg over de regels voor presentie en absentie.
    1.3.2 De verplicht voorgeschreven literatuur ondersteunt het scholingsprogramma zoals dat er volgens LVSC moet uitzien.
    1.3.3 Het instituut dat de scholing organiseert is ook verantwoordelijk voor de eindtermen, het toetsen daarvan en de manier waarop toetsing plaatsvindt.
    1.3.4    De eindtermen van de methodisch-didactische scholing hebben betrekking op de genoemde themagebieden en zijn concreet en eenduidig geformuleerd.

    1.4    Toelatingsbeleid

    Uitzonderingen op de door LVSC gestelde toelatingseisen (zie deel II, 1.1) zijn mogelijk onder verantwoordelijkheid van de opleiding.
    LVSC bepaalt het inhoudelijk en protocollair kader voor de uitzonderingen op de toelatingseisen.
    De opleiding legt verantwoording af over het gevoerde toelatingsbeleid bij het bestuur van LVSC en stuurt een kopie van elke verklaring die zij ook aan de student afgeeft naar de CROO. Als de opleiding volgens LVSC buiten de kaders treedt, dan ontvangt zij hierover bericht om zo haar toelatingsbeleid te kunnen bijstellen. Als dit niet gebeurt kan het bestuur de erkenning van de opleiding intrekken

    1.5    Vrijstellingenbeleid

    LVSC geeft een inhoudelijk en protocollair kader voor de vrijstellingen van de MDS (zie ook deel II, 1.3.1 A). De opleiding legt bij het bestuur van LVSC verantwoording af over de manier waarop zij deze vrijstellingen verleent. Het bestuur geeft zonodig aanwijzingen voor aanpassing daarvan. Overigens heeft het oordeel van het bestuur geen gevolgen voor de individuele studenten die vrijstelling kregen. Sio's die de gehele methodisch-didactische scholing met goed gevolg hebben afgerond, ontvangen een certificaat van de opleiding als bewijs.

    2.    Methodisch-didactische scholing voor leersupervisoren

    2.1.    Voorwaarden voor erkenning van de methodisch-didactische scholing

    2.1.1    Een door LVSC geregistreerde docent supervisiekunde geeft de scholing.
    2.1.2    De scholing hanteert de normen van LVSC. De in dit reglement gedefinieerde opvatting over supervisie is uitgangspunt.
    2.1.3    Wie de opleiding wil volgen, moet voldoen aan de voorwaarden die gelden voor het opleidingstraject tot leersupervisor (zie deel III van deze brochure, de hoofdstukken 2.1.1. en 2.1.2).
    2.1.4 De deelnemers aan de scholing worden getoetst op hun kennis van de themagebieden die hier onder 2 staan genoemd en op hun vaardigheden om die kennis te gebruiken. Het instituut dat de scholing organiseert is ook verantwoordelijk voor de toetsing. Wie de scholing met goed gevolg afrondt krijgt als bewijs een certificaat dat door de docent is ondertekend.
    2.1.5 De deelnemersgroep aan de scholing telt minimaal 5 en maximaal 18 mensen.
    2.1.6    De scholing omvat minimaal 24 contact-uren (tussen docent en deelnemers).
    2.1.7    Aan het begin van de scholing krijgen deelnemers precieze informatie over de regels voor presentie en absentie. Om te slagen mogen zij maximaal 6 uur afwezig zijn. Wel moeten zij die uren compenseren door een opdracht over de inhoud van de gemiste lessen.

    2.2. Inhoud van de methodisch-didactische scholing voor leersupervisoren

    De scholing bestaat uit theorie, vaardigheidstraining en practica, die de theorie met de leersupervisie-praktijk verbinden. De verhouding theorie- vaardigheidstraining/ praktijk is één op één. De behandelde onderwerpen hebben betrekking op ten minste de volgende themagebieden:
    2.2.1. de methodiek van de leersupervisie is toegespitst op dat waarmee de
    leersupervisiemethodiek zich van de supervisiemethodiek onderscheidt;
    • het specifieke belang om in supervisiekunde-termen te kunnen conceptualiseren van wat er in de leersupervisie gebeurt;
    • leermateriaal in leersupervisie bestaat uit de verschillende bronnen voor leermateriaal (in ieder geval: supervisiesituatie sio, werksituatie supervisant van de sio, leersupervisie) en de opgaven bij het schakelen ertussen;
    • meervoudige parallelprocessen en (tegen)overdracht op meerdere vlakken;
    • het specifieke van het beoordelen van leersupervisie;
    - de betekenis die het heeft om als leersupervisor model te staan;
    - het werkkader van de leersupervisor, te weten de supervisorenopleiding en/of eigen praktijk;
    - het beroep van supervisor: welke scheidings- en verbindingslijnen zijn er met het voorgaande beroep van zowel sio als leersupervisor en wat is de betekenis daarvan voor leersupervisie;
    - ethische uitgangspunten en beroepsethiek, dat wil zeggen de professionele normen die voor houding en handelen van supervisoren gelden.

    3.    Reglement erkenningsregeling
    De Commissie Registratie Opleiders en erkenning Opleidingsonderdelen Commissie Registratie Opleiders en erkenning Opleidingsonderdelen (CROO) bereidt de erkenning van de methodisch-didactische scholing voor. Amp&rsand BV, het servicebureau van LVSC levert de nodige administratieve ondersteuning.

    De CROO toetst of het scholingsprogramma aan alle geldende voorwaarden en criteria voldoet en adviseert het bestuur om de opleiding al dan niet te erkennen. Ook kan de CROO adviseren aanvullende voorwaarden te stellen. Het bestuur volgt dit advies wel of niet op en neemt een besluit. Als het bestuur een andere mening heeft, laat het de commissie weten waarom. Deze beziet de aanvraag dan opnieuw en deelt haar (eventueel herziene) standpunt mee aan het bestuur. Het bestuur neemt dan een definitief besluit en stuurt daarover bericht aan het betrokken instituut.







     


    Herregistratie

    Het opleidingsinstituut moet elke vijf jaar opnieuw erkenning aanvragen voor de betreffende opleiding. 4 Maanden voor het verlopen van de registratietermijn stuurt het servicebureau daartoe een herinnering. Het opleidingsinstituut moet dit formulier, met de gevraagde bijlagen, 2 maanden voor het verstrijken van de registratietermijn aan het servicebureau hebben teruggestuurd.


    Aanvraagformulier Erkenning Opleiding

    Hier kunt u de formulieren downloaden voor uw aanvraag:

    Aanvraagformulier erkenning opleiding tot supervisor

    Aanvraagformulier erkenning opleiding tot leersupervisor


    Samen met de benodigde bewijsstukken kunt u het formulier sturen aan:

    LVSC
    Afd. Registratiezaken
    St. Canisiussingel 28
    6511 TJ NIJMEGEN


    024-3662080 (ma t/m do)

     


    Opleidingenoverleg

    Alle erkende supervisorenopleidingen nemen twee keer per jaar deel aan het LVSC-Opleidingenoverleg.
    Van iedere opleiding is er een afvaardiging. Servicebureau Amp&rsand verzorgt de uitnodigingen.


    » Terug naar vorige pagina

    Gebruikersnaam

    Wachtwoord

    onthoud wachtwoord

    Wachtwoord vergeten?

    registreer u nu

    LOG IN